Het stuks en delen probleem

Veel bedrijven hebben artikelen op voorraad die per stuk op voorraad liggen en per meter worden verkocht. Een goed voorbeeld is dat van touw, waarbij rollen van 100 of 500 meter worden ingekocht en op rol in de voorraad worden gelegd. Aan klanten wordt soms een hele rol verkocht, maar meestal wordt verkocht per meter.

Als er een nieuwe order komt voor een X-aantal meters, en het restant op de aangebroken rol is te klein, wordt een nieuwe rol opengemaakt. Als dit vaak genoeg gebeurt heb je op een zeker moment een groot aantal aangebroken rollen waarvan het niet meer zeker is of deze nog worden verkocht.

Dit proces is een bekend logistiek probleem en Be-Efficient kan helpen om dit proces inzichtelijk te maken en te voorkomen dat het magazijn vol komt te staan restanten van rollen.

Het stuks-en-delenprobleem

Problemen bij opslag per rol en verkoop per meter uitgelegd

Vier problemen zijn kenmerkend voor het ‘stuks en delen’-probleem. Hieronder zetten we ze uiteen.

  1. 1 ≠ 2 × 0,5

    Als je vanuit de eenvoud van de administratie kiest om maar één artikel te administreren, moet je bij verkoop in meters een deel van een rol verkopen. Bij een voorraad van drie rollen van 100 meter en drie verkopen van 60 meter zijn er nog 1,2 rollen over. Nergens staat dat dit drie stukken van 40 meter zijn en dat de hele rollen op zijn.

  2. 1 + 1 ≠ 2

    Als je twee artikelcodes gebruikt voor hele rollen en ‘rol in losse meters’, zie je na verloop van tijd wel hoeveel losse meters er nog op voorraad zijn, maar niet uit hoeveel delen die voorraad bestaat. Er kan 100 meter op voorraad zijn, terwijl dit misschien wel tien stukken van 10 meter zijn.

  3. De creatie van winkeldochters

    Uit de verkoopgegevens kan worden achterhaald wat de minimale lengte is die in de afgelopen vijf jaar is verkocht. Liggen er resten in het magazijn die korter zijn dan deze lengte, dan is het aannemelijk dat ze nooit meer worden verkocht. Deze restanten blijven vervolgens liggen als winkeldochters.

  4. Geen zicht op financiële consequenties

    Als er maar één artikel is, is het niet mogelijk om een prijsopslag toe te passen bij verkoop in meters. Snijverlies en onverkoopbaar restmateriaal zijn daardoor mogelijk niet in de prijs verwerkt.

Hoe lossen we dat op?

De vier genoemde problemen moeten worden opgelost op een eenvoudige en inzichtelijke manier. Hiervoor zijn twee aanpassingen nodig in de werkwijze.

1. De hele rol heeft een andere code dan de losse meters

Het is standaard om één artikelcode te hanteren voor de hele rol en een andere voor verkoop in meters. Op het moment dat er een hele rol moet worden opengemaakt om losse meters te verkopen, wordt de hele rol afgeboekt en het equivalent in losse meters opgeboekt. Dit kan gebeuren met een teltransactie.
Door er twee verschillende artikelen van te maken kunnen financiële consequenties van het opknippen worden opgelost door het artikel “losse meters” duurder te maken dan de losse rol.
Door er twee artikelcodes van te maken hou je ook het zicht op de hele rollen en los je daarmee het probleem “1 ≠ 2 * 0,5” op.

2. Losse meters zijn batch artikelen

Alleen een aparte artikelcode lost het probleem niet op. Uiteindelijk zit je met de onverkoopbare “losse eindjes”. Om dit op te lossen moet het artikel “losse meters” als batch artikel worden opgevoerd en kan je per batch bijhouden hoeveel er op voorraad is.

Bij het afboeken van een hele rol en het opboeken van losse meters, moet bij een batchcode worden meegegeven waarin het aantal meters gelijk is aan de lengte van de hele rol. Als er meters worden verkocht houdt het ERP systeem automatisch bij wat de overgebleven lengte is.

Bij het maken van een picklijst kan nu, in het geval van losse meters, automatisch de batch worden gezocht met de kleinste lengte boven de gewenste lengte, en als deze batches niet meer bestaan kan een signaal gegeven worden dat er een hele rol moet worden omgezet naar losse meters.

Als de batch lengte kleiner is dan de minimale lengte die de laatste jaren is verkocht, wordt er een winkeldochter (onverkoopbare voorraad) gecreëerd.

Hiermee worden de problemen “1 ≠ 2 * 0,5” en “Winkeldochters” opgelost.

Ondersteuning van Be-Efficient

Er zitten een aantal applicaties in het standaard pakket van Be-Efficient die het stuks & delen proces ondersteunen. Deze ondersteunen bij het inzichtelijk maken van de voorraad en helpen voorkomen dat er winkeldochters ontstaan.

Whole-2-parts

Op het artikel “Hele rol” is het “parts” artikel vastgelegd met het stuks/meters aantal. Door het scannen van het “hele rol” artikel en de omzetting te bevestigen, wordt de hele rol afgeboekt. En het artikel met het aantal losse delen wordt opgeboekt.

Procedurele aanpassing bij order invoer

Als een klant twee keer 25 meter wil hebben, moet dit in twee regels worden ingevoerd.

Aanpassing picklijst generator

Als de business regels bekend zijn, en de juiste batch artikel wordt gekozen, kan dit in de picklijst generator worden ingebouwd. Bij selectie “kleinst passende batch” wordt op de picklijst automatisch de kleinste batch geselecteerd waarmee de order kan worden geleverd. Een andere mogelijkheid is “kleinst passende batch – met minimum resterende lengte” waarmee winkeldochters kunnen worden voorkomen.

De winkeldochter query

Als de resterende lengte in de rol onder een bepaald minimum zakt (laagste verkooplengte laatste 3 jaar), komt deze batch naar voren in de winkeldochter signalering van Be-Efficient.

Bellen Call Contact Contact Demo inplannen Appointment
Scroll naar boven